Bou reist - Reis mee!

Aftellen in Oz!

Het heuvelachtige ‘Hobbitland' dat de Catlins heet is misschien niet zo indrukwekkend als Milford, maar wel een mooie plek om in een afgelegen hostel met een heleboel natte, overactieve honden en een kudde schapen in de achtertuin een beetje te relaxen. Afgelegen betekent geen internet of mobiel bereik en mooie onverharde wegen, goed voor de nodige onbedoelde slipcursussen. Mooie wegen die leiden naar mooie plekjes, en na met Paul en Anna op het Noordereiland het meest oostelijke puntje van Nieuw-Zeeland gezien te hebben, doen we hier op Slope Point ook het meest zuidelijke puntje van het Nieuw-Zeelandse vasteland aan en nemen we een kijkje bij een stel ‘yellow eyed penguins', waarvan er uiteindelijk maar eentje z'n nest uitkomt.

Na de Catlins, Dunedin en Oamaru, aan de oostkust van het Zuidereiland, ga ik weer alleen verder richting Mount Cook. Wat me aan de westkust van de Nieuw-Zeelandse Alpen niet is gelukt, een 'scenic flight' over de Nieuw-Zeelandse Alpen, lukt bij Mount Cook wel. Een helikoptervlucht met landing op de gletsjer is zo'n beetje een garantie voor grandioos filmmateriaal, en ik kijk er naar uit om de bergketen, die er vanaf de grond al indrukwekkend uitziet, vanuit de lucht te bekijken. Voordat ik richting de berg vertrek maken we nog een stop bij de fenomenale 'Elephant Rocks', in de buurt van Oamaru. Duidelijk eentje in de categorie 'we hebben hier een zooi grote stenen, laten we ze anders een naam geven zodat er toeristen langskomen'. Niet zo interessant dus. Geen probleem, you can't win 'em all. De Mouraki Boulders, die als een stel buitenaardse eieren vlakbij Oamaru in de branding liggen, zitten overigens in dezelfde categorie, maar die zijn een stuk interessanter.

Aan het einde van de middag begin ik aan de weg die naar Mount Cook leidt. Het weer is prachtig en laag voor laag worden de bergwanden voor mijn neus weggepeld, om steeds iets meer van Mount Cook te onthullen. De besneeuwde bergtop steekt wit af tegen de stralend blauwe hemel, en over de bergrug even links van 'Cookie', is een spierwitte wolk gedrapeerd, een beetje zoals de walm van stikstof over het kommetje van een veel te duur gerecht in een sjiek restaurant, of gewoon bij de chinees. U snapt, het was weer een geweldig plaatje. Ik haast me naar het vliegveld, waar ik me meld bij het bedrijf waar ik de vlucht bij geregeld heb. Wat blijkt...ik heb de laatste vlucht van die dag op een half uur gemist en voor de komende dagen is er doffe ellende voorspeld...Die verdomde olifanten!! In afwachting van beter weer verken ik de omgeving van Lake Tekapo, en hoewel de zon zich daar regelmatig laat zien, zie ik in de verte hoe iedere ochtend de wolken boven Mount Cook samengepakt blijven, en blijft het nieuws vanaf het vliegveld dat er niet gevlogen wordt. Na vier dagen besluit ik te vertrekken, omdat het weer voor de dag erna waarschijnlijk weer niet fantastisch zal zijn. Uiteraard krijg ik achteraf te horen dat er die dag geen wolkje te bekennen was...

Mooie omgeving is een beetje een overkoepelend thema voor Nieuw-Zeeland, en wat mij betreft voor een groot deel verantwoordelijk voor wat Nieruw-Zeeland maakt tot wat het is. In de volgende bestemming wordt da tmisschien nog wel het duidelijkst. Kaikoura wordt omringd door besneeuwde bergen, maar ligt ook aan zee, waarmee de omgeving gecombineerd wordt met de aanwezigheid van walvissen, luierende zeehonden en pinguins.

Na een enigszins dramatisch verlopen pubquiz besluiten we op aanraden van Annemarie met een boottocht op zoek te gaan naar Noodle de walvis. Interessant detail is dat er de dagen voor onze komst geen boten het water op zijn gegaan, omdat de zee te ruig was. Blijkbaar is het allemaal weer rustig en kalm op het moment dat wij de boot opstappen. Of niet...Ondanks de waarschuwing voor zeeziekte die we van tevoren krijgen besluiten we toch zonder medicatie op pad te gaan. Iets waar ik al vrij snel spijt van krijg. Ik ben nog nooit zeeziek geweest (al kan ik me nog een Indonesische boot herinneren waarop ik me ook niet zo tof voelde), maar op deze boot kan ik staren naar de horizon wat ik wil, uiteindelijk word ik genadeloos meegezogen in de sneeuwbal van kotsende mensen op de boot. Ik betwijfel of er uiteindelijk iemand gespaard is gebleven. De walvissen hebben er die dag ook niet zo'n zin in, dus tegen de tijd dat er eentje gespot wordt kan ik het mooie beest niet echt optimaal meer waarderen, laat staan fatsoenlijke beelden schieten. Noodle of geen Noodle. Vaste grond onder mijn voeten, en als het kan ff snel!

Nog dagen na Kaikoura ben ik aan het nadeinen, en zelfs de slingerende wegen die me naar Nelson en Abel Tasman National Park leiden brengen iets te levendige herinneringen terug aan de tocht. Na mijn filmstop in Abel Tasman is het tijd om weer terug te gaan naar het Noordereiland en op herhaling te gaan bij een aantal plekken waar ik met Paul en Anna ook al ben geweest. De ferry brengt me door de Marlborough Sound van het Zuidereiland naar het Noordereiland. Mijn ferry heeft twee uur vertraging, wat een streep haalt door het eventuele licht dat ik tijdens mijn late tocht door de Sound met een beetje geluk nog had kunnen hebben. Wat volgt is dus een lange tocht door schijnbaar mooie omgeving, maar dat googlen we nog even.

Het is half twee 's nachts als ik na 4 uur in de auto en 5 uur op een ferry aankom bij mijn hostel in Wellington, op het Noordereiland. De volgende ochtend moet ik er om half acht weer uit om mijn auto te verzetten. Geradbraakt rijd ik rond door Wellington. Het regent, alle hostels waar ik langsga zijn vol, ik kan mijn auto niet kwijt, u snapt, alles, maar dan ook ALLES zit tegen. Ongeveer. Het is in ieder geval genoeg om na een bezoek aan Te Papa museum de brui aan Wellington te geven en lekker door te rijden naar het noorden. Palmerston North staat niet bekend om zijn toeristische kwaliteiten of omdat er zo veel gebeurt, maar juist daarom is het voor mij even de goede plek om wat uurtjes werk te pakken.

Terug op het Noordereiland dus! Het enige 'nieuwe' wat ik nog wil doen is de Tongariro Crossing. Een wandeling van 20 kilometer en door velen beschouwd als de mooiste 1-daagse wandeling van Nieuw-Zeeland. Het is min of meer noodzaak deze wandeling met mooi weer te doen, omdat het anders te koud is en omdat er niet bijster veel te zien is bij slecht weer. Ik trek dus een paar dagen uit om te wachten op goed weer, en aangezien Suzanne de crossing ook nog niet gedaan heeft, haakt zij weer aan, nadat de wegen na Kaikoura weer waren gescheiden. We houden de weerberichten goed in de gaten, maar zoals mij ook in Australië al duidelijk is geworden; meteorologen hier...geen helden. Tijdens onze eerste dagen in National Park (het plaatsje heet bij een compleet gebrek aan inspiratie ook echt 'National Park') hebben we aardig guur weer en valt er zelfs sneeuw! Bijna surreëel, en het maakt dat Mount Tongariro de volgende dag een mooie, witte hoed heeft. De voorspelling voor de dag waarop we willen lopen zijn weer niet best, met 'gale force winds'. Alleen ervaren hikers worden mee de berg op genomen, wordt ons verteld. We besluiten onze wandeling dus een dagje door te schuiven. Wachtende dagen worden gesleten in de indoor klimhal, waar een kleine opdonder met twee handen op haar rug mij ff voordoet wat mij niet lukt, bij Ron en Karen op de koffie en gefascineerd door de multi-functioneel inzetbare spuitbus canola-olie, een wonderlijk fenomeen. Aan het eind van de dag druppelen langzaamaan de eerste wandelaars weer het hostel binnen. Met verdacht bruine koppen...Het weer was fantastisch, er werd in T-shirts gelopen en menigeen heeft spijt dat er niet gesmeerd is. Ook de vraag of zij 'ervaren hikers' zijn wordt proestend weggelachen.

Het weerbericht voor de volgende dag is beter, maar uiteraard brengt de ochtend veel grijs en een vieze miezer. Lichtelijk ontstemd vertrekken we richting het startpunt van de crossing, waar we aansluiten in de lange rij toeristen die de tocht die dag ook gaan ondernemen. Hoe hoger we komen en hoe later het wordt, hoe meer het grijze wolkendek boven ons openbreekt en hoe meer de zon zich laat zien. Dan verandert de crossing ineens in een soort poppenkast met gordijntjes, waarbij je het ene moment geniet van fantastische uitzichten en het andere moment om je oren geslagen wordt met ijskoude wind. We banjeren door de sneeuw, over de schijnbaar eindeloze 'devil's staircase', langs de 'emerald lakes' en 'red crater' en over een enorm maanlandschap van een vlakte bovenop de berg, wat eigenlijk de krater is van de vulkaan waar we op lopen. Uiteindelijk kost het ons zo'n 7 uur om aan de andere kant van de crossing te komen, maar het is de moeite meer dan waard. En na 7 uur lopen is een bubbelbad ook erg prettig om naar terug te komen!

We maken ons klaar om te vertrekken richting Taupo. We pakken onze spullen, ik pak mijn autosleutel en...mijn autosleutel...waar-is-mijn-autosleutel...Ik had hem vanochtend nog...hij zat in mijn tas...en ik dacht nog...die moet ik niet meenemen naar de crossing...ik wilde hem ergens neerleggen...en toen...kwam die vent aanrennen om te zeggen dat de..bus..er..was...shit. De sleutel is nergens te bekennen, het verhuurbedrijf heeft geen reservesleutel (hoe RAAR is dat!?) en ik moet een slotenmaker uit Taupo laten komen om Barry open te breken en een nieuwe sleutel voor me te bouwen. Juistem. Op de financiële implicaties van dit geintje ga ik maar niet in. Ik was in ieder geval blij dat ik de slotenmaker een plezier kon doen...'I don't get out much. It's a nice drive!'. Ik houd mijn hart vast voor het moment dat het verhuurbedrijf erachter komt dat de nieuwe sleutel geen afstandsbediening heeft en de put in mijn voorruit ontdekt...Wegen in Nieuw-Zeeland. 'Seal repairs', je zou willen dat het echt wat met zeehonden te maken zou hebben.

Na Raglan neem ik in Hamilton weer afscheid van Suzanne, die naar Thailand vertrekt. Ik vervolg mijn weg naar Rotorua om te filmen, en woon in een 'Maori Village' een show bij, die een beetje een idee geeft van de Maori cultuur. Het is prachtig om te zien hoe trots de Maori op hun cultuur zijn. Ik maak van de dichtbij de imponerende 'Haka' mee en geniet van de traditionele 'hangi' maaltijd, waarbij het voedsel onder de grond door middel van hete stenen en stoom wordt bereid.

Na Rotorua kom ik voor de derde keer aan in Auckland. Vanuit hier vlieg ik naar Queenstown voor mijn laatste dagen in Nieuw-Zeeland. Ik bagger Barry uit, ga op bezoek bij wat oude bekenden uit de Uenuku Lodge en maak me op voor een vroege vlucht.

In Queenstown kan alles, maar ik doe er niet zo veel. Ik ben een beetje uitgeregeld, uitgebeld, en neem wat tijd om te werken, te niksen, Queenstown zelf te filmen en wat frisbeegolf te spelen. Dat wordt hier redelijk serieus aangepakt. Frisbees voor de lange afstanden, korte afstanden, effect-frisbees en putters, net echt! Met schoudertasjes volgepakt met frisbees lopen de pro's de 18 holes af. Een pro ben ik niet, maar het gaat me gelukkig een stuk beter af dan de 8 holes in vier uur die ik van twee maanden eerder nog in mijn achterhoofd heb. Queenstown zelf is een geweldig mooi dorp. Toeristisch als de pest, maar gelegen als een droom. De omliggende Remarkables zijn opmerkelijke (p.i.) bergen en vormen een prachtige achtergrond voor een wederom Oostenrijks aandoend dorp. Ik neem de gondel naar de top van een berg, vanwaar ik in schitterend weer uitkijk over Queenstown, terwijl de paragliders over me heen vliegen, de rodelaars onder me door schieten, de bungy jumpers van 'the ledge' af springen, beneden in het dal de jetboats over het water scheren en de helikopters in de lucht weer de paragliders ontwijken. Misschien een rare plek om het rustig aan te doen, maar zoals we dat zeggen in Zoetje: 'Ik vind 't wel bèèèst'.

Twee keer knipperen en ik ben weer terug in Australië. Net alsof Nieuw-Zeeland helemaal niet gebeurd is. Dat is het gelukkig wel, want wat een, voor de laatste keer, fenomenaal mooi land. Ik vlieg terug op Melbourne, waar ik nog niet geweest ben. Het wordt een bliksembezoek, want Sydney wacht. Het is ook wel weer fijn om terug te zijn in Sydney. Daar kan ik nog even thuiskomen in mijn stulpje op Bondi. Het is een klein beetje als thuiskomen, met veel bekende gezichten en gelijk weer een drukke werkweek. Helaas moet ik na een week alweer het huis uit, omdat iedereen vertrekt en de lease van het huis afloopt. Met tegenzin bereid ik me voor op nog een paar weken hostelleven in Sydney, wat toch ff wat anders is dan het hebben van je eigen plekje.

Bepakt en bezakt kom ik aan op mijn werk, dit keer met echt alles wat ik bij me heb. Op mijn werk kom ik erachter dat de val die mijn gitaar gemaakt heeft toen ik hem bij het uit de bus stappen op de grond liet stuiteren een grotere tol heeft geeist dan ik vermoedde. Een pijnlijke 'NEEEEE!' galmt door het kantoor, wanneer ik voel hoe de kop van mijn gitaar als een gebroken ledemaat beweegt ten opzichte van de rest van het apparaat. Mijn reiscompagnon, die me nu al ruim een jaar bijstaat, is gebroken. De sentimentele waarde die blijkbaar aan dit beestje zit slaat me gelijk om m'n oren, en stille tranen rollen over mijn wangen, terwijl ik met de kop in de ene hand en de rest van de gitaar in de andere, op mijn knieen bij mijn gitaar zit. (in de betere Hollywoodproductie is dit het punt waarop de camera uitzoomt, ik mijn blik naar de hemel werp en noch een laatste kermende 'NOOOOOO!' uitkraam. Maar dat doe ik niet) Een bezoek aan de gitaarrepareerman biedt geen hoop. Alsof het om een suicidale, bejaarde kater gaat word ik naar huis gestuurd met de mededeling dat ik hem zelf nog wel op kan lappen als er emotionele waarde aan zit, maar dat hij z'n handen er niet aan wil branden (daarnaast was reparatie drie keer duurder geweest dan het ding zelf). Google en youtube zijn me meer genadig, met uitgebreide instructies en filmpjes over hoe ik dit klusje aan moet pakken. Gelukkig, ik ben niet de enige die dit overkomt (al is het technisch gezien wel al de tweede keer). Beter dan ooit; hij zal herrijzen!

Over een maand verloopt mijn Australische visum. Tot die tijd zal alles in het teken staan van hard werken en het plannen van de volgende etappe van de reis, en hopelijk een bijzonder 'pièce de résistance'. Het zal raar zijn om Australie weer te verlaten, maar de reis gaat weer terug naar Azie, waar ik sowieso al naar uitkijk, en dan wordt het ook nog eens India, een land dat binnen de reiswereld een bijzondere positie inneemt. Heftig, intens en niet altijd makkelijk, maar ook mooi en indrukwekkend. Precies wat ik nodig heb!

Tot in India!

Reacties

Reacties

Floris

De titel van dit stuk deed mij al verblijden, aftellen in Oz en dus terug naar Holland dacht ik. Helaas...eerst nog India en wie weet wat nog volgt. Super voor jou, jammer voor ons hier, want wij vinden het toch stiekem ook wel leuk als je weer terugkomt. In spanning wachten ik af. Balen van de gitaar, succes met de youtubereparatie!

Louk

Sjeempie bou, je maakt me wel een partij mooie dingen mee! Er is een hoop energie voor nodig, maar je kan wel zeggen dat je een gigantisch mooi stuk van de wereld hebt gezien en dan ben je nog niet eens klaar ook! De tijd gaat sneller dan je denkt.. Voor ons zit het hockeyseizoen er over een week praktisch al weer op en dan ben jij al bijna een jaar weg als ik het goed zeg...

Des te meer reden om er van te blijven genieten! Tot snel!

Ramon

Like

Anna/Annemarie?

Fijn om weer even een heleboel belevenissen te lezen! Vooral erg grappig dat je mij Annemarie noemt als jouw beleving met Noodle "iets" minder is dan die van mij...!
Geniet van alles daar!

Kus

David

niceee

Jan

Weer een prachtige verhaal, en mooi geschreven.
Blijf genieten,
Tot snel.

Steven

ik ben sprakeloos

tine

Bou, wat een avonturen. Genieten nog even op Bondi! En goodluck met je gitaar! liefs

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!