Stardom in Sumatra!
Een maand en vijftien dagen, zo lang is het geleden sinds mijn laatste verhaal, toen nog in Maleisie. Een duidelijk gevalletje 'geen bericht, goed bericht', maar ondanks mijn radiostilte laat ik jullie graag delen in de mooie en minder mooie dingen die ik de afgelopen ruime maand heb meegemaakt.
Inmiddels is zelfs mijn zus alweer veilig thuis, na een prachtige trip door Java en Bali, waar de geur van zwavel en wierook zich vereeuwigt in wat voor kleren je ook aanhebt en waar het Indonesie zoals je je dat voorstelt prettig dichtbij komt. Maar in het kader van de chronologie; eerst Sumatra!
Ondertussen heb ik al op meerdere gelegenheden mogen ontdekken dat gemiddelde Indonesische man wordt bevangen door een alles overheersende geldingsdrang wanneer hij in het bezit is van een fluitje, een lichtgevende stok waarmee verkeer geregeld kan worden, een walkie-talkie of een uniform. Bij mijn aankomst op het vliegveld van Medan word ik getackeld door de plaatselijk visum-maffia, in verscheidene combinaties voorzien van bovenstaande artikelen. Ik ben westers, dus ik zal het weten ook. Al mijn Indonesische grappen en grollen ten spijt, beland ik tijdens mijn poging een 'visum on arrival' te bemachtigen aan het bureau van een meneer met een wel heel mooi uniform. Ik houd mijn hart vast. 'Wat kom ik doen?', en belangrijker nog, 'Wanneer rot ik weer op?'. Ik probeer uit te leggen dat ik naar Australie ga, maar mijn ticket nog niet geboekt heb. Dat is een probleem, want om een visum te krijgen heb je in Indonesie een 'return ticket' nodig. 'You have to have return ticket', wordt het mantra, en dat snap ik, maar die heb ik niet. Nog een keer leg ik breed glimlachend mijn situatie uit en even waan ik mezelf een visum rijker. 'Don't forget next time.' Neee, nee, natuurlijk, mijn fout, sorry. Toch vind ik mezelf vijf minuten later achter een pc op zoek naar de goedkoopste vlucht op het www. Air Asia biedt uitkomst en voor twee tientjes vloog ik 26 mei zonder bagage, verzekering, vliegtuigvoer en belangrijker nog, zonder mezelf, van Medan naar Kuala Lumpur. Ik check bij de belangrijke meneer of dit ok is en de beste man vindt het prachtig, deponeert het referentienummer dat ik hem zojuist heb gegeven regelrecht in de prullenbak, en laat
mij mijn weg vervolgen. Oladijee.
Het komt goed uit dat ik gekozen heb voor een middagvlucht, want dit geintje heeft me twee uur
gekost en ik moet dus alsnog in het donker op zoek naar onderdak. Ik heb geen idee waar ik heen moet, dus ik raadpleeg de lonely planet, baan me een weg door een zee van vervelende
taxichauffeurs, haal mijn grote teen open aan een verloren bult asfalt, ik voel hoe het bloed mijn
slipper inloopt en ik langzaam begin te glibberen, en ik-voel-me-toch-een-partij-zielig! Ik gun
mezelf een hotel, maar beland in Angel Guesthouse. Gewoon, goedkoop, en aan een van de drukste wegen van Medan.
In het guesthouse raak ik aan de praat met een local die vertelt over de mogelijkheid om Sumatra op de motorbike te verkennen. Vol jaloezie heb ik de verhalen over motorbiketochten door Vietnam aangehoord, dus ik zie mijn kans schoon. Terwijl de local op zoek gaat naar de man die motorbikes verhuurt, vertelt Julie, de eigenaresse van Angel guesthouse, dat zij ook motorbikes verhuurt. Uiteindelijk huur ik hem bij Muhammed, een manusje van alles die veel rondloopt in Angel guesthouse, kamers laat zien, betalingen afhandelt, waardoor ik even denk mijn motorbike bij Angel gehuurd te hebben, maar als Julie me verontwaardigd vraagt waarom ik niet bij haar gehuurd heb realiseer ik me dat dat niet het geval is. Muhammed stelt een provisorisch contractje op en we spreken af dat ik de motorbike voor twee weken huur en ik geld terugkrijg in het geval dat ik eerder terugkom. Ik laat een borg achter, klim op mijn motorbike en zet koers richting Berestagi, waar ik vulkanen ga beklimmen.
De drukte van Medan is niet de goede manier om aan je fietsje te wennen en er knaagt iets aan me, aan het hele motorbike-idee, maar ik weet niet wat en besluit dat ik genoeg ervaring heb om mezelf weer heelhuids terug te krijgen.
Na ongeveer vijf uur rijden kom ik aan in Berestagi, waar afgezien van vulkanen bar weinig te
beleven valt. Op mijn eerste dag in het dorpje breng ik een bezoek aan de hotsprings. Beelden van uit de rotsen gehouwen warm water baden in een setting van jungle of vulkaanlandschap worden ruw van mijn netvlies verjaagd door de verkleinde versie van het Keerpunt dat ik aantref. Plaatselijke jeugd wordt vermaand niet te rennen, eten nog net geen patatje mayo en lijken zich prima te vermaken in het troebele water, voorzien van de kenmerkende zwavelgeur. Verder dan pootjebaden kom ik niet. Het enige leuke aan mijn bezoekje aan de hotsprings is de kennismaking met de Indonesische fascinatie voor alles wat westers en lang is. Voordat ik de hotsprings ook maar binnen ben is het alsof ik eindelijk sterrenstatus heb bereikt en heb ik een half uur durende fotoshoot met iedereen die maar op de foto wil, terwijl de volgende busladingen scholieren net in aantocht zijn. Best grappig, en ik hoef geen entree te betalen. Zelfs wanneer ik de volgende dag de top van mijn eerste vulkaan bereik en de rust van een groep Indonesische christenen heb verstoord die boven op de berg het Onze Vader zitten te bidden, word ik snel vergeven wanneer ik met de volledige parochie op de foto ben geweest.
Zo'n eerste vulkaan is trouwens best indrukwekkend, zelfs voor een kleintje als deze. De rotte eieren komen je al snel tegemoet en de zwavelwolken stomen uit de berg, alsof er iets gigantisch over staat te koken. Even heb ik nog de hoop op een enorme kolkende lavamassa als ik een blik werp in de krater van de vulkaan, maar in plaats daarvan word ik verwelkomd door teksten als 'I was here' en 'Linda & Ronnie 4EVAH', die met keien op de zandbodem van de krater zijn neergelegd. Ik heb een prachtige volzin in gedachten, maar houd het bij 'Bou' als ik merk hoe lang dat moet gaan duren.
De volgende 5 uur op mijn motorbike brengen me naar Lake Toba, waarover ik niet meer heb
gehoord dan dat het een meer is en het er prettig is. Dat eerste punt wordt me duidelijk als ik tegen de noordelijke punt van het meer aanrijd. Een uitkijkpunt hoog boven het meer geeft me een prachtig uitzicht over het meer, dat veel groter is dan ik dacht, en de omliggende bergen. De zon speelt met de kleuren van de bergen, de lucht en het meer, waardoor het lijkt alsof het water overloopt in de bergen en de bergen weer in de lucht, dus het duurt even voordat ik precies doorheb waar ik eigenlijk naar kijk.Ik ben net op tijd om de laatste ferry naar het in het meer gelegen eiland Samosir te halen, waarna ik met mijn motorbike het laatste stukje naar Tuktuk rijd. Tuktuk is een kleine puist op de wang van Samosir en ook de plek waar de meeste toeristen zich bevinden. Net als de rest van Sumatra heeft ook Tuktuk te leiden onder de gevolgen van tsunami's en andere natuurrampen, en het is rustig op het eilandje. In Liberta Guesthouse vind ik ook in deze rustige tijden een handjevol backpackers, en ik sluit aan bij de Amerikaanse Ashley en de groep die zij in Bukit Lawang heeft leren kennen, waar ik later nog naartoe ga. Als zij vertrekken loopt Nick Liberta binnen, die ik heb leren kennen in Melaka. We hadden afgesproken elkaar op Sumatra op te zoeken, maar dat hij hier nu is is puur toeval. Hij heeft de Nederlandse Deniese en Anne en de Duitse Marcus en Chris bij zich. Lake Toba
blijkt 'one of those places', waar je met de juiste mensen om je heen heerlijk kunt niksen,
memorabele avonden kunt hebben en je even kunt laten glijden in een soort 'reis-sluimerstand', om je weer met nieuwe energie te kunnen storten in het zware reizigersbestaan. Jeweetoch!
Na de ontspanning van Toba is het tijd voor inspanning in Bukit Lawang, de plek van het Gunung Leuser National Park en een heleboel wildlife, waaronder orang oetans. Veel beesten heb ik tijdens mijn vorige trekkings niet gezien, maar in Bukit Lawang schijnt er geen ontkomen aan te zijn.
Ik rijd vanaf Toba eerst terug naar Medan, want ondanks het feit dat de motorbike een fantastische manier is om Sumatra in me op te nemen heb ik alle posities op mijn zadel uitgeput, begint mijn backpack erg zwaar te worden en is de term 'randdebiel' zo vaak door mijn hoofd geschoten dat ik het wel weer prettig vind om iemand anders achter het stuur te hebben. Ik drop de motorbike bij Angel Guesthouse en vertel Muhammed dat ik met de bus naar Bukit Lawang ga en dat ik mijn borg terug wil hebben. Dat is een probleem. Muhammed heeft mij namelijk de motorbike van iemand anders uitgeleend en die heeft mijn geld gebruikt om eten van te kopen voor zijn 'big family'. Ik snap niet dat mijn geld niet gewoon rustig op mijn terugkomst heeft liggen wachten en laat weten 'not amused' te zijn. We spreken af dat Muhammed mijn geld heeft als ik terugkom uit Bukit Lawang. Even denk ik dat ik een kerk hoor, maar het kunnen ook andere bellen zijn.
In een stampvolle bus vertrek ik richting Bukit Lawang en nadat mijn stampvolle bus ook nog eens is gestopt om een complete schoolklas op het dak te binden kom ik aan in het bergdorpje. Bukit Lawang strekt zich uit langs de oever van een bergrivier, bestaat uit houten huisjes en een hoop guesthouses, omgeven door jungle. Dat alles van hout is blijkt al snel ook nadelen te hebben, als ik langs een stuk van het dorp loop dat twee dagen daarvoor is platgebrand. Afgezien van een enkel Indonesisch toilet is er niets over van de 18 huizen, winkeltjes en guesthouses, in de resten waarvan de eigenaars nog zoeken naar ook maar het minst bruikbare. Als ik bij mijn guesthouse aankom zitten er een aantal jongens al druk gitaar te spelen, en ik ontkom er niet aan om nog voordat ik een kamer heb weten te vinden een deuntje met ze mee te doen. Een van de jongens vertelt dat er twee dagen later een optreden zal zijn in het dorp, om geld op te halen voor de slachtoffers van de brand. Hij vraagt of ik ook wil spelen en of ik die dag met zijn band mee wil oefenen. Ik heb geen idee wat me te wachten staat, maar omdat ik nou eenmaal ook 'graag eens wat terugdoe' sla ik de mogelijkheid tot mijn eerste benefietconcert natuurlijk niet af.
Bukit Lawang is dus de plek van de orang oetans, en hoewel het eigenlijk de bedoeling is dat je daarvoor de jungle in gaat, heb ik geluk en zit er vlak na mijn aankomst een moeder orang oetan met haar kleintje aan de overkant van de rivier. Vanaf mijn balkonnetje kan ik het kleintje met het water zien spelen en van dichtbij wordt het prachtige beest nog indrukwekkender.
De volgende dag dan toch het echte werk. Met vier andere Hollandse heren, Brian, Martin, Gus en Errol trek ik de jungle in en al snel wordt het steil, nat en zweterig, maar ook komen we al snel de eerste apen tegen. Wat eerst nog slechts een oranje vlek hoog in een boom is wordt later op de dag een close encounter met een mama die ons iets te dichtbij vindt komen en ons even laat weten dat er toch nog steeds niet met haar te sollen valt door in haar eentje een man of tien struikelend en vallend de berg op te jagen, terwijl de volgende orang oetan bijna handjes komt geven. Ook de hip geknipte thomasi monkeys komen graag een banaantje halen en met wat geluk zien we een groep zwarte gibbons, die met hun typische 'hands up' loopje aardig op de lachspieren werken. Uitgeknepen en met een hernieuwd respect voor Bear Grylls komen we aan bij het kamp waar verschillende groepen zich verzamelen om de nacht door te brengen. Een waterval is precies wat ik nodig heb en de avond wordt doorgebracht met melige spelletjes, met schitterende geluiden ter ondersteuning. Ter illustratie:
- DINGDENGDINGDENGDINGDENGDINGDENG JACK!
DINGDENGDINGDENGDINGDENGDINGDENG KING!
-LADIDA, LADIDA, LADIDADIDADIDA!
-THIS IS A CUP. A WHAT? A CUP. A WHAT? A CUP. OOOH, A CUP!
De waterval is ook de ideale wake up call, al duurt het niet lang voordat de volgende dag het zweet weer langs mijn gezicht gutst. Gelukkig blijft het lopen de tweede dag beperkt en wordt de laatste etappe tubend afgelegd. Zonder ropeswings of barretjes aan de oever dit keer.
's Avonds loop ik met twee van de Hollanders uit mijn trekkinggroep langs de rivier, als ik van de overkant ineens een hoop geschreeuw hoor. 'Bo! Boe!Beè!' Buitenlanders hebben nog wel eens moeite met mijn naam, dus ik ben blij als Deniese het geschreeuw van Chris overneemt en een volwaardig 'Boudewijn!' naar de overkant slingert. Chris, Deniese en Anne zijn ook in Bukit Lawang beland, en samen met de vier Hollanders van de trekking en twee Canadese dames, Victoria en Joanie, nemen we een kijkje bij het dorpsconcert, dat al begonnen is en waar ik mijn opwachting zou moeten maken. Het duurt niet lang voordat ik gespot word door de local van het guesthouse, en vol enthousiasme roept hij Baru op het podium te betreden. Baru, ja. Afhankelijk van intonatie betekent 'Bou' in Indonesie namelijk of 'smelly' of 'ugly' en kan dus meer dan eens op een proestende lach of scheef gezicht rekenen, waardoor mijn Indonesische vriend besluit me om te dopen tot Baru. Een artiestennaam! De westerse groep schreeuwt en joelt bij alles wat ik maar gekweeld zou hebben en ook de locals weten zoals bekend 'Wish you were here' altijd te waarderen. Om middernacht zet ik als 'piece de resisitance' nog een 'Happy Birthday' in voor de jarige Brian en het wordt wederom een mooie avond die wordt afgesloten in de plaatselijke dixo. De volgende dag ben ik blij dat ik mijn hoofdpijn niet twee dagen lang door de jungle hoef te slepen en heb ik medelijden met de vrinden uit Toba, die dat wel moeten.
Voor mij is het wachten op mijn vlucht naar Jakarta, waar ik Simone op ga pikken, en omdat het in Bukit Lawang net even wat prettiger toeven is dan in Medan, doe ik nog even lekker twee dagen niks in dit heerlijke plekje.
Met tegenzin vertrek ik weer naar het deprimerende Medan, waar ik gelukkig maar een nacht hoef te blijven en waar ik alleen nog mijn borg terug hoef te halen. 'Alleen maar mijn borg terughalen...', galmde het na in zijn gedachten. Daar gaan we.
Ik verpest weer veel te veel tijd met zoeken naar een behoorlijke plek om te slapen, en kom uiteindelijk terecht in Residence Hotel, aan de achterkant van het gebouw waar ook Angel Guesthouse in zit, waar ik tijdens mijn eerste stop verbleef. Als ik op weg naar mijn hotel langs Angel loop kom ik Muhammed tegen. Hij lijkt blij me te zien en heeft goed nieuws. Hij heeft de eigenaar van de motorbike gesproken en ervoor gezorgd dat ik de volgende dag om 15.00u mijn geld terugkrijg. Ik vertel hem dat dat helemaal niet zo mooi is, omdat ik de volgende om 10.00u op het vliegveld moet zijn voor mijn vlucht naar Jakarta. 'Oooh, why you leave so early?', is de reactie van Muhammed, en ik vertel hem luchtig dat dat er geen reet mee te maken heeft en dat ik die avond nog mijn geld terug wil hebben. Een moeilijk blik, gezucht, gesteun. Dat ik eerst maar even mijn spullen naar mijn kamer moet brengen en een douche neem. Prima.
Om een uur of 22.00u kom ik terug bij Angel Guesthouse. Muhammed is weg. In de hoop dat hij druk bezig is mijn geld te verzamelen neem ik plaats aan een tafeltje en besluit op hem te wachten. Na een paar minuten komt Julie, de eigenaresse van Angel, tegenover me aan tafel zitten. Ze kijkt lichtelijk bezorgd. Ze weet dat ik de motorbike bij Muhammed heb gehuurd, weet dat ik hem een borg heb gegeven en weet dat Muhammed niet over de brug komt. Ze doet me een (dan nog) raar voorstel. Ze wil me 500.000 roepiah van haar eigen geld geven, om het hele gedoe met Muhammed te laten voor wat het is. Als ik haar verbaasd vraag waarom, worden de zorgen in haar ogen alleen maar groter. 'I don't like. I think there's problem.', is het enige wat ze wil zeggen. Dan laat ik haar het contract zien dat Muhammed heeft opgesteld voor de huur. Ik zie haar langzaam boos worden en de tranen wellen op in haar ogen; het contract is opgemaakt op papier van haar bedrijf, terwijl zij niets met de huur te maken heeft. Nu ziet ze een westerling in de problemen en is doodsbang voor een slechte naam. Ze pakt haar telefoon en valt gigantisch uit naar iemand aan de andere kant, waarvan ze zegt dat het een vriend van Muhammed is, maar ik weet heel goed dat het hem zelf is. Ik vertel haar dat ik niet van plan ben om haar geld aan te nemen omdat Muhammed mij mijn geld niet geeft. Ik stel voor dat ik Muhammed op ga zoeken in een ander hotel waarvan ik weet dat hij er vaak te vinden is en dat ik pas over haar voorstel na zal denken als ik hem daar niet vind. Met tegenzin stemt ze in.
Hotel Zakia ken ik nog van mijn eerste zoektocht naar accomodatie in Medan. Dat die tocht daar toen niet eindigde kwam doordat het donker en vies was en de medebezoekers voornamelijk
bestonden uit westerse mannen die voor hun kamer zaten te wachten op iets dat komen zou, en waarschijnlijk veel te jong zou zijn. Wanneer ik nu aankom is er niet veel veranderd. Het is er stil en donker. Buiten het hotel zit iemand op een bankje een krant te lezen en achter de receptie is een man in het kille licht van een spaarlamp (Indonesiers zijn dol op spaarlampen. Gezelligheid alom!) druk bezig met een rekenmachine en iets wat lijkt op de administratie. Muhammed lijkt er niet te zijn en de man achter de receptie lijkt hem niet te kennen. Net als ik weg wil gaan hoor ik wat gestommel uit een kamertje achter me. 'Bo, Bo, I'm here. Come in.' Het kamertje heeft geen ramen en een hor als deur. Door de hor zie ik Muhammed slaperig z'n achterhoofd krabben, terwijl hij me nog een keer zegt binnen te komen. Ik heb helemaal geen zin dat donkere hok binnen te gaan, maar doe het toch. Het kamertje lijkt een soort opslaghok. In de hoek staat een verzameling kapotte ventilatoren, er staat een stoel en er ligt een matras op de grond, waar Muhammed op lag te slapen. Het enige licht in het kamertje is het TL-licht van de gang, dat door de hor naar binnen valt. Ik ga zitten op het stoeltje en Muhammed neemt plaats op de rand van het matras. Nou heb ik in Bukit Lawang zoals gezegd als de nodige apen gezien, maar Muhammed tovert ook nog een mooie uit zijn mouw. Hij heeft het geld dat ik hem heb gegeven gebruikt om drugs van te kopen. Alsof het niets kost bevind ik me ineens midden in een drugsdeal in een van de laatste landen op aarde waar ik dat zou willen (even los van het feit dat ik dat uberhaupt nergens zou willen). Muhammed vertelt dat hij bezig is het spul te verkopen, en dat hij verwacht de volgende dag om 15.00u het geld terug te hebben. Met stomheid geslagen luister ik hoe Muhammed me aanbiedingen doet om dan maar drugs van hem over te nemen. Maak ik misschien nog wel winst ook! Nou was ik al niet blij met Muhammed, maar als ik m'n gedachten weer een beetje op een rij heb ontplof ik zo'n beetje over hoe hij het in zijn hoofd haalt me zoiets te flikken. Verkeerde aanpak...Muhammed staat op en pas nu hij zo dichtbij is zie ik dat zijn ogen niet alleen rood zijn van de slaap, maar dat hij waarschijnlijk ook al van 'mijn' drugs heeft gesnoept. 'I'm not scared of you! What you want to do? Rough me up!?' Hij is ontzettend boos dat ik hem zo gepusht heb om het geld op tijd te hebben, dat ik Julie erover heb verteld en dreigt naar de politie te gaan en te zeggen dat ik hem het geld gegeven heb om drugs van te kopen. Dat die vlieger niet op zal gaan heeft hij zelf ook snel door, dus weer terug naar blinde woede. En hoe. 'I'm not scared of you! I'm not scared of trouble! I am Mr. Trouble! This is my house and I will kill you before you leave!' Niet bepaald waar ik op zat te wachten (kan ik nu luchtig zeggen...). Ik probeer hem aan z'n verstand te krijgen dat hij voor mij niet bang hoeft te zijn, zelfs als is het maar een klein mannetje en zou ik ondertussen maar wat graag z^n kop van z'n romp draaien. Excusezlemot. Mijn boze aanpak werpt dus geen vruchten af, dus ik probeer hem wat te kalmeren. Deze kat in het nauw maakt al rare sprongen als ik niet twee koppen boven hem uitsteek, dus ik blijf rustig zitten terwijl Muhammed voor mijn neus staat te razen en wacht tot hij weer wat gekalmeerd is en weer op de rand van het matras gaat zitten. Als in een slechte maffiafilm blijft ie maar jammeren dat hij meer tijd nodig heeft, en ik blijf maar zeggen dat ik die niet heb (waar ik hem in de film nu dan waarschijnlijk genadeloos een kopje kleiner maak). Dan staat er ineens een andere man voor de deur van het kamertje, en het enige wat Muhammed zegt is: 'O boy, now we're both in so much trouble...' Een instemmend 'Ooh, no.' klinkt van de andere kant en de man komt de kamer binnen. Ik houd mijn hart vast terwijl de man naast Muhammed op het matras gaat zitten, me afvragend welk lokaal kopstuk zojuist de kamer is binnen gekomen. In plaats van Al Pacino blijkt de man gelukkig meer een bemiddelaar te zijn. Hij legt nog een keer uit dat er meer tijd nodig is en ik leg nog een keer uit dat ik die niet heb. Ondertussen is Muhammed opgestaan en het kamertje uitgegaan, welk voorbeeld ik maar al te graag volg. Muhammed ijsbeert wat heen en weer terwijl ik met de nieuwe man praat. Deze oppert zelfs dat Muhammed mij het resterende geld via Western Union stuurt. Ik heb inmiddels al prima door dat ik mijn geld die avond niet meer ga krijgen en weet ook dat Muhammed mij helemaal niks meer stuurt nadat ik ben verdwenen, maar ik ben op het punt dat ik liever zonder geld wegkom dan dat ik ruzie ga maken met iemand die niet voor reden vatbaar en onder invloed is. Ondertussen is Muhammed druk aan het bellen, wat me helemaal niet zint, maar hij is ontzettend boos, wat me doet vermoeden dat hij met Julie belt. Hij hangt op, stormt naar buiten en weet me vanaf zijn motorbike nog net toe te schreeuwen dat hij naar Angel gaat om zijn salaris op te halen. Dat salaris is al eerder ter sprake gekomen en is het geld dat Muhammed verdient met wat het ook is dat hij doet in Angel Guesthouse. Ik blijf achter in Zakia, maar zou liever naar Angel gaan om te kijken of daar alles goed gaat.
Het duurt niet lang voordat Muhammed weer terug is. Hij loopt langs me heen naar de binnenplaats aan de achterkant van het hotel, die nog slechter verlicht is dan de rest van het verblijf, en roept me naar zich toe. Ik roep terug dat als hij me het geld wil geven, dat ook wel gewoon aan de voorkant kan, maar hij blijft aandringen en ook de nieuwe man zegt me dat ik maar naar hem toe moet gaan. Ik weet niet wat er zojuist in Angel Guesthouse is gebeurd, maar als ik achterin het hotel bij Muhammed kom zie ik dat hij nog meer overstuur is dan hij al was. Zijn ogen zijn rood en het lijkt alsof hij huilt. Hij zit aan een tafeltje en ik ga tegenover hem zitten. Hij legt het geld dat hij gehaald heeft tussen ons in op tafel en begint half huilend tegen me te schreeuwen. 'Why did you do this!? Why did you destroy everything?!' Hij kletst uit zijn nek, natuurlijk, maar hij is niet degene die ik in zijn huidige status met mij als doelwit uit zijn nek wil hebben kletsen. Hij geeft mij de schuld van alles, dat hij niet meer bij Angel Guesthouse hoeft terug te komen en hoe hij nu voor zijn kinderen moet zorgen. Dat hij daar over na had moeten denken voordat hij mijn geld gebruikte om drugs van te kopen houd ik maar even voor me, want hij is de wanhoop duidelijk nabij en heeft een houding die niet bepaald neutraal is. Hij zit op zijn knieen op zijn stoel, voorover gebogen over de tafel en heeft zijn hand afwisselend achter zijn rug en in zijn zak. Ik hoor amper wat hij me allemaal zegt en kijk alleen maar naar wat hij doet, en belangrijker, wat hij zou kunnen doen. M'n oren suizen, letterlijk, en de spanning giert door mijn lijf, tot ik ineens wel weer iets oppik. 'Why do you make me do this!?' Ik heb helemaal geen zin om af te wachten wat 'this' is, dus ik zeg hem dat hij het geld kan houden en zet het op een lopen naar de uitgang. Muhammed komt achter me aan en doet bij de uitgang van het hotel nog een poging mij alsnog het geld toe te stoppen. Ik neem het aan, maar dan grijpt hij me bij mijn arm, terwijl hij weer met zijn andere hand achter zijn rug zit. Ik trek mijn arm los en ren het hotel uit, de aandacht trekkend van de man die buiten zijn krantje zat te lezen. Hij komt achter me aan en weet me net buiten het hotel te onderscheppen en wat te kalmeren. Muhammed is ondertussen apart genomen door de nieuwe man uit de kamer en in een laatste bemiddelingspoging worden we nog een keer bij elkaar aan tafel gezet, met de twee heren erbij, dat wel. In een klein resume wordt nog maar een keer besloten dat het geld er niet op tijd gaat komen, worden de gegevens opgenomen om het resterende geld via Western Union te sturen en krijg ik van Muhammed toch nog een deel van het geld dat hij bij Angel heeft gehaald, maar ik heb totaal geen zin om te vragen om de rest van het geld. Ik wil weg, snel. Op verzoek van de andere heren schudden we elkaar zelfs nog de hand, waarna ik vertrek naar mijn eigen hotel, blij dat dit geintje me alleen maar geld heeft gekost. Een onrustige nacht volgt, waarin ik voor het eerst voordeel heb van het feit dat ik slaapwandel, want de volgende ochtend is mijn tas gepakt...
Enigszins uit het lood stap ik de volgende ochtend op het vliegtuig naar Jakarta. Ik vind het ontzettend jammer dat ik Sumatra verlaat, maar ben dolblij dat ik weg ben uit Medan. Officieel het meest klotige gat waar ik ooit ben geweest. Medan is voor mij om logische redenen een smet op Sumatra, en belichaamt de eerste en enige keer dat ik me onveilig heb gevoeld tijdens mijn reizen. Sumatra is werkelijk een prachtig eiland dat totaal onterecht uit de gratie is bij toeristen (onterecht doch begrijpelijk, want ook tijdens mijn verblijf in Bukit Lawang was er weer een aardbeving in het noordelijke Bandah Aceh), wat het aan de andere kant ook weer heel prettig maakt om er rustig doorheen te reizen.
Na Medan is Jakarta een verademing, hoewel ook Jakarta een plek is om snel weer te verlaten. Ik pik Simone op van het vliegveld en we maken ons op voor, wat ik zeker weet en nu ook kan
bevestigen, 3 geweldige weken. Bedankt zusje!
Er is nog een hoop gebeurd tussen Jakarta en nu, waarvan snel verslag. Bali zit er inmiddels al weer bijna op. De pijlen gaan richting Australie, met de mogelijkheid om eerst Flores nog te bezoeken. Keuzes! Na een fantastische tijd op Sumatra, Java en Bali kan ik niet anders zeggen dan dat het heel goed gaat en dat ik met gemengde gevoelens uitkijk naar Autralie, wat ongetwijfeld andere koek zal worden. Tegelijkertijd is Australie een soort droom die uitkomt en ben ik heel erg benieuwd wat het zal brengen. Ik heb er zin in!
Tot slot nog een bak foto's en een kleine illustratie van Sumatra in de vorm van een filmpje!
Tot snel!
Reacties
Reacties
Ssssjezus wat een verhaal man. Lijkt wel een film! Doe je wel voorzichtig? (nee ik ben je moeder niet..) Maar goed om van je te horen. Misschien wil jij met je maffia ervaring ens met Dick praten als je terug bent?
Bedankt weer voor een TOP verhaal..
Bura! Mijn held!
Wat een thriller! Dat moet heel angstig zijn zo alleen. Ik ben blij dat je op tijd de escape hebt genomen!
Volgende keer weer little pink clouds?
Allemachtig wat een verhaal...en op een manier geschreven dat je het zo voor je ziet!! Wees voorzichtig maar geniet. En zorg dat je deze verhalen nog lang kunt vertellen!
Nou Bou, dat soort avonturen heb je volgens mij met Gjalt samen niet beleefd en ik geloof niet dat ik dat erg vind! Het zou misschien zo maar nog anders hebben kunnen aflopen. Het verhaal zelf is natuurlijk weer prachtig en de foto's gaaf! we blijven je volgen!
En heb je je geld nog terug gekregen via Western Union?
Echt gave verhalen! Als je terug bent wil ik je foto boeken weer bekijken, goed?
Succes in Australie!
Mulders, Had natuurlijk al het één en ander vernomen van je motorbike verhaal, maar als ik het zo lees is het wel weer heftig hoor. Mooi moment dat je zus er gelijk was lijkt me. Gelukkig dat het allemaal goed is afgelopen, maar een kleine doe je wel voorzichtig ondersteuning van Arvid steun ik van harte! Verder goed te lezen dat je je vermaakt. Australië is andere koek, maar wacht met smart. Ciao
Hey Bou,
Je laat ons wachten op je verhalen, MAAR dan krijg je ook wat! Jeetje mina! Was in Tokyo toen ik zag dat je weer geschreven had, moest ik nog langer wachten. Ben het stiekem wel met Arvid eens... je moet nog iets langer mee!
Bij deze wil ik u graag uitnodigen om bij mij Kerst en Oud & Nieuw, klinkt ver, is het zo, te komen vieren...
Kus
Wow! Ik ben blij dat je heelhuids uit die kamer bent gekomen....... Je gaat op reis voor avontuur, maar dit was misschien toch iets te veel van het goede!
Breng ons in je volgende verhalen maar weer wat luchtiger avonturen, Baru! Take care!
X Kim
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}