Bou reist - Reis mee!

Shut up. Kick ass. Melaka!

Grappig eigenlijk, hoe zo veel dingen hier compleet anders zijn dan thuis en andere dingen juist weer precies hetzelfde. Neem nou badmintonhallen!

In Maleisie is een badmintonhal een aardig muffe bedoening. Twee dozijn Aziaten staan zich in het zweet te meppen in een veredelde vliegtuighangar zonder behoorlijke ventilatie, overal verloren shuttles, knipperende TL-balken, gammele netjes en gepiep van gymschoenen over de vloer. En dat is in Nederland precies zo! Zelfs de geur brengt me regelrecht terug naar mijn gloriedagen bij Eridos, terwijl ik plaatsneem op een bankje in de zaal waar ik zojuist toevallig tegenaan ben gelopen in mijn 'wandel-kennismaking' met Melaka, want daar ben ik.

Na een minuut of 10 vanaf de zijkant te hebben toegekeken word ik gevraagd om mee te doen met een dubbelpartijtje. Het middagbiertje zit er al in, wat gezien mijn ervaring met zondagochtendbier helemaal geen probleem hoeft te zijn, maar met mijn laatste badmintonervaring nog in het achterhoofd (helaas niet die tegen Gjalt) twijfel ik nog even of ik het wel op moet nemen tegen Aziaten, die in mijn ogen toch nog steeds met een badmintonracket in hun kleine handjes ter wereld komen. Maar ach, met de lokale held als dubbelpartner moet ik een eind kunnen komen. Ik moet even inkomen, maar sta al snel te meppen of het een lieve lust is. M'n medespelers vinden het prachtig, ik ook, al voel ik langzaamaan hoe de huid onder mijn blote voeten zich onafhankelijk van de rest van mijn voet begint te bewegen, terwijl ik heen en weer ren over de houten vloer. Een prachtig gelijkspel is het resultaat (ik word gespaard) en ik strompel doorweekt van het zweet en met pijnlijke voeten weer terug naar mijn guesthouse.

Melaka dus. Een mooie en rustige stad, twee uur ten zuiden van KL, vol met invloeden van verschillende koloniale overheersers, waaronder Portugezen, Engelsen en ook Hollanders. Het zorgt voor een relaxte sfeer en een mix van architectonische stijlen die je van land naar land slingeren. Ik kom om 22.00u aan in Sama Sama Guesthouse. De gemeenschappelijke ruimte is gevuld met de dormbewoners die een filmpje zitten te kijken. Melaka blijkt een soort plakkerige vliegenstrip, op een goede manier. 1 week, 3 weken, 1 jaar, 3 jaar; backpackers blijven er plakken. De Duitse Nilufar garandeert me dat ik er nog wel achterkom waarom. Zij vertelt me ook over de campingtrip die voor de volgende dag op het programma staat. 'Beetje chillen, gitaar spelen...' blijken de voornaamste activiteiten, dus ik doe m'n best alsnog aan te haken, maar helaas zitten de auto's vol. De volgende ochtend loopt de dorm dus leeg en wordt het verrotte stil. Dan maar de gebruikelijke wandeltocht, langs de badmintonhal, en 's avonds pak ik een filmpje. Shut up. Kick ass. (tevens de enige referentie naar de titel van dit blog, maar bekt 't lekker of niet!?)

De volgende dag zijn de vaste bewoners weer terug en we belanden 's avonds in de lokale backpackersbar, waar live muziek op het programma staat. De Chinese Aki zingt een aantal prachtige liedjes en geeft daarna het podium over aan wie wil. Mijn tweede kans! Een enkeling is me voor en rommelt wat met de gitaar. Das mooi, dan heb ik wat te 'up-stagen'. Ik speel 3 liedjes voor een enthousiast publiek (al zijn ze dat ook voor de Chinees voor mij die na 3 akkoorden besluit toch maar weer te gaan zitten) Het gaat al een stuk beter dan de vorige keer en ik bedenk me dat ik moet zorgen dat ik de volgende keer iets van mezelf kan spelen. Ook Aki is enthousiast en vraagt of ik de volgende keer weer kom. De verleiding is groot, al moet ik eigenlijk terug naar KL.

Terug naar KL...Dat betekent het einde van het eerste rondje en het einde van Maleisie, Maar er is nog een bak gebeurd sinds mijn laatste verhaal! Ik houd het kort...

Waar waren we gebleven...Cameron Highlands! Samen met de twee Nederlandse meiden, Femke en Anouk, reis ik vanaf de Cameron Highlands naar Taman Negara, het grootste nationale park van Maleisie. Met een minibus worden we naar Kuala Tembeling gereden, waar een drie uur lange boottocht ons scheidt van Kuala Tahan, het dorpje dat als toegangspoort dient naar het park. De boottocht is 'scenic', en dan merk ik ineens dat ik, met een tweedaagse boottocht in een slowboat over de Mekong in Laos in het achterhoofd, verpest ben. Niettemin een mooie tocht. We nemen een kamer in een van de guesthouses en zetten de eerste voorzichtige stappen (bloedzuigers galore, naar het schijnt) in het park.

Natuurlijk hopen we het een en ander aan beesten te zien, en omdat de eekhoorn van de eerste dag niet echt tot tevredenheid stemt besluiten we voor de nacht een 'hide' te huren. Deze hides zijn niet veel meer dan kale huizen in de jungle met uitzicht op een drinkplaats of 'salt lick', maar de rapportages van neushoorn- en tijgerspottings stemmen ons hoopvol.

Minimaal bepakt en voorzien van veel te weinig water en zoet brood met tonijnsalade als avondeten beginnen we onze tocht en komen al snel tot de ontdekking dat de 4km naar onze hide wel ernstig hemelsbreed is. Vermoeid en doorweekt komen we aan bij onze hide. Inderdaad niet veel meer dan 4 muren en een dak, houten stapelbedden zonder matrassen (lang leve mijn hangmat), een klein balkon met uitzicht op een uitgedroogde drinkplaats en een toilet dat, als we het gastenboek mogen geloven, al sinds 2007 niet meer werkt.

In het gastenboek vinden we nog meer verhalen over wat er allemaal te zien zou zijn, zoals het verhaal van de Nederlandse Emma, die verslag doet van een hert dat verschrikt de bosjes in rent als er uit de struiken ineens een tijger opdoemt die van plan is een potje te schaken met een neushoorn die toevallig de familie tapir op de koffie heeft. Helaas was ze alleen en heeft ze haar camera in het water laten vallen...Je voelt 'm al aankomen: het blijft ernstig stil bij de plas en als de nacht valt vergapen we ons slechts aan de sterrenregen van vuurvliegjes, die als nachtkaarsjes uit lijken te gaan wanneer de regen begint te vallen. We staren voor ons uit in het donker, hopend op een flits van een schakende tijger en neushoorn in het licht van de bliksem, we luisteren naar de klanken van de nachtelijke jungle, spelen een spelletje regenwormen en maken ons op voor een korte, gebroken nacht.

De zonsopkomst betekent helaas ook geen overdaad aan ontwakend wild en we maken dan ook snel onze weg terug. Dit keer wel met de nodige bloedzuigers, die door de regen van die nacht tot leven lijken te zijn gekomen. Ik ben goed, charmant vooral, ingepakt en ze weten zich geen weg door mijn Allstars te knagen. Een korte, maar mooie nacht in een bijzondere omgeving.

Na 3 dagen is het tijd om Taman Negara te verlaten. Een bus brengt ons naar Jerantut, waar ik afscheid neem van Femke en Anouk en me opmaak voor mijn reis over de Jungle Railway, die me van het midden van Maleisie naar het Noordoosten gaat brengen. Een mooie treinrit naar het noordelijke Khota Baru, waar ik in een kamer beland met de Duitse Simon en Zweedse Ali. Zij vertrekken de volgende dag richting de Perhentian Islands. Dat is ook mijn plan, maar Khota Baru bevalt me wel, dus ik blijf een dagje plakken.

De volgende dag vertrek ik richting de Perhentians, een tweetal eilanden waar ik al veel goeds over gehoord heb. Op de boot krijg ik een flinke sloot zeewater te verduren, wat vooral mijn camera niet erg leuk vindt. Als we de eilanden naderen wordt het al snel duidelijk dat er niets is gelogen aan de schoonheid van de eilanden. Strak blauwe lucht en azuurblauw water, onderbroken door het diep groen van de jungle die, afgezien van een enkel verlaten strandje, het hele eiland lijkt te bedekken. De kleinere van de twee eilanden is het backpackerseiland en heeft twee grotere stranden, Long Beach en Coral Bay, aan weerszijden van het eiland. Aan de rand van het strand bevinden zich de guesthouses, vrijwel allemaal bestaand uit kleine houten hutjes, en en handjevol restaurants, waar achter vrijwel direct de jungle begint. Op Long Beach vind ik een leuk hutje, met een balkonnetje waar ik m'n hangmat weer op kan hangen. Eens kijken wat hier eigenlijk te doen is. Das niet zo veel. Snorkelen en duiken, beetje volleyballen en op het strand liggen, dat is het wel zo'n beetje. Duiken is niet voor mij, maar snorkelen is ook al prachtig. Papegaaivissen, kleine clownvissen, als echte Nemo's verstopt in zeeanemomen. Helaas geen haaien of schildpadden, die hier ook te zien zouden moeten zijn.

Eilanden zijn duur, zo ook de Perhentians. Op aanraden van de hosteleigenaar in Khota Baru heb ik daarom wat blikjes bier van het vaste land meegenomen. Mijn hutje heeft helaas geen koelkast, maar in de boot naar het eiland heb ik kennis gemaakt met Fred, die met zijn Maleisische vrouw op vakantie is. Fred ziet eruit als een typische sekstoerist, is dat waarschijnlijk niet, maar krijgt mij eigenlijk niet van dat beeld af. Hij en zijn vrouw zijn bijzonder aardig, beginnen iedere zin naar elkaar met 'sweetheart' en eindigen met 'hun', zodat je bijna niet doorhebt dat Fred z'n vrouw, die ook gewoon in Australie woont en accountancy studeert, eigenlijk maar wat rondcommandeert. Fred heeft een klein koelboxje. We regelen wat ijs en maken de deal dat ik mijn warme bier bij hem kan ruilen voor koud bier.

Op een avond word ik door Fred en z'n vrouw uitgenodigd voor hun 'happy hour' op het strand, wat ik uit de mond van een vermeend sekstoerist toch wat dubieus vind klinken, maar we genieten bij de zonsondergang over Coral Bay van Filippijnse wijn, oud brood en cheddar, wat vast niet aantrekkelijk klinkt, maar best een mooi plaatje maakt.

Waar Khota Baru een plek is die om wat voor reden dan ook goed beviel, kan ik op de Perhentians, hoe mooi ook, mijn draai niet echt vinden. Het heeft een grote duikers scene (en die zijn gewoon toffer dan normale mensen....Wie verzint dat?!) en hoewel het er dus vergeven is van de backpackers en toeristen en ik er hele gezellige avonden heb blijft een alleenig gevoel me bekruipen. Na drie dagen vertrek is dus weer naar het oostelijk gelegen Cherating. Een slaperig surfstadje, wat nu nog slaperiger is omdat er weinig valt te surfen. Er is een buitenbar met live band en een karaokebar, waar ik op mijn eerste avond uiteraard naar binnenloop en gelijk aan tafel beland bij vier Maleisiers, die vol overtuiging aan het zingen zijn en er op staan dat ik een deuntje meedoe. Nou...vooruit.

De volgende dag maak ik een boottocht door de mangroves van Cherating en beland 's avonds met Fabrice en Rose van de boot en de lokale kokosnootverkoper Aam weer in de karaokebar. Aam vertelt me dat hij al acht jaar in Cherating woont, maar nog nooit in dit 'duivelsnest' is geweest. Stiekem heeft hij het best naar z'n zin en we moeten hem aan het eind van de avond lostrekken van de microfoon.

Cherating is een erg prettig plekje, maar als ik nog iets anders wil zien voordat ik naar Indonesie vlieg, wordt het weer tijd om verder te gaan. Ik pak een bus van Cherating naar Kuantan, wat nog niet makkelijk is vanwege de 'flag down'-beleid en het gemak waarmee bijna alle bussen mij met een simpel handgebaar langs de kant laten staan. Met een lokale bus rijd ik uiteindelijk naar Kuantan, waar ik terwijl ik wacht op het vertrek van mijn bus naar Melaka bij een marktje wordt onderschept door Hairy Harry en Pol Pot, die me een grote zonnebril opzetten, omdopen tot Van Helsing en na verzoekjes van System of a Down en Slipknot eisen dat ik Jason Mraz voor ze speel.

Zes uur in de bus brengt me naar Melaka, waar ik inmiddels al 5 dagen rondhang. Ik begin te snappen waarom mensen hier blijven plakken, maar ik zal toch naar KL moeten...

Ik breng nog een bezoek aan de badmintonhal. 'You want to play da masta?' Tuuuurlijk...En de master laat me alle hoeken van het veld zien terwijl ik m'n blaren terug voel komen en baad in het zweet. In het winkelcentrum loop ik door de arcade (die hebben alle malls hier) en kom ik langs een lange rij karaokehokjes. Drie Maleisische meiden nodigen me uit om gezellig een deuntje mee te doen, en of eentje m'n telefoonnummer mag. Tuuuurlijk...Nooit meer wat gehoord.

Ik pik nog een avondje 'unplugged music' mee en vertrek morgen (zondag 25/4) weer richting KL, om vervolgens Maleisie te verlaten. Stiekem best jammer. Maleisie is prachtig, of je nou op je bestemming bent en de omgeving verkent of onderweg bent en uit het raam van je bus of trein kijkt. De Maleisische mensen zijn ongelofelijk aardig en het reizen kinderlijk eenvoudig. Al met al een relaxt begin en een mooi eerste land van deze trip!

Ik weet het, wederom een lang verhaal. Ik zal kijken of ik de tijd tussen de verhalen wat kan verkorten, al schijnt internet op Sumatra niet zo alomtegenwoordig te zijn als in Maleisie. Als bonus nog een zwik foto's! Op volgorde en met bijschrift dit keer!

Tot in Indonesie!

Dromen jagen in Georgetown!

'Could-I-have-a-go?' De woorden galmen nog even na in mijn schijnbaar lege hoofd en voordat ik het laatste woord heb uitgesproken staat het zweet al in mijn handpalmen en klopt mijn hart in mijn keel, alsof het even komt checken of die mafkees dat zojuist nou echt heeft gevraagd. Mijn verstand ontkent ook iedere betrokkenheid en ondertussen geeft Josh zijn vriendin een seintje dat ze zo wordt overgenomen. Het is donderdagavond en ik ben in de Blue Diamond aangekomen, het hotel waar ik in mijn vorige verhaal nog sliep, maar nu vanwege een gebrek aan slaap uit ben vertrokken. Eerder die week heb ik met Bob, de bassist van de huisband, afgesproken dat we samen zouden spelen en hem met 'Waiting on the world to change' naar huis gestuurd. Gewoon, om het niet te lastig te maken. De huisband trouwens, die dus te boek staat als de 'slechtste coverband van Maleisie', is helemaal zo slecht nog niet. Vooral als je je bedenkt dat deze jongens tot 3 maanden geleden nog druk bezig waren met vissen, en hun muzikale carriere nog in de kinderschoenen staat. Een aantal avonden op rij hoor ik uit deze bar met genoegen de klanken van onder andere Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Bryan Adams en Pink Floyd langskomen. Josh is nieuw voor mij, maar hij is de eigenaar van de semi-akoestische gitaar die door zijn vriendin bespeeld wordt en 'toert' met haar en een aantal andere zwervende bandleden door Maleisie op zoek naar plekken waar ze hun muziek kunnen spelen. Zij speelt ook wat bekende liedjes, waardoor de hele setting iets meer wegheeft van een open podium dan het voorprogramma van de band, wat de drempel voor mij wat lager maakt. Ik neem de gitaar over en frommel er wat mee. Het apparaat is niet echt lekker gestemd, maar ik wil niet met andermans spullen rommelen, dus ik doe het er maar mee (daar komen de excuses!). Ik vraag aan Bob of hij het nummer wel geoefend heeft, niet omdat ik dat echt denk, maar gewoon...om iets te zeggen. Zo hoort dat, toch? Bob spreekt me moed in en zegt dat ik maar gewoon wat moet spelen en dat hij wel aanhaakt. De rest van de band is er nog niet, dus het is Bob & I, waardoor ik niet minder kleuren schijt. 'Welk nummer...welk nummer...?' Op advies van Henk besluit ik voor 'Who Says' te gaan, waarvan ik best had kunnen bedenken dat het niet zo'n goed idee is als je handen nog niet echt van plan zijn te doen wat je van ze vraagt. Wat volgt is...gewoon niet zo best :) Ik schrik me een ongeluk als ik mijn stem uit de boxen hoor komen en hoor hoe mijn zenuwen het terras overspoelen. Ik kijk naar Bob en zie hoe hij uit alle macht probeert uit te vogelen waar dit stomme nummer in vredesnaam naartoe gaat, zodat hij de baslijn op kan pakken. Pas halverwege heb ik mijn zenuwen in gedachten een beetje weg ge-'GET A F*CKING GRIP'-ed, wat niet betekent dat alles nu soepel verloopt, maar dat ik nu alleen nog maar akkoorden vergeet. Ik heb zelfs de helderheid van geest om in alle haast 'Austin' in 'George Town' te veranderen (hoezo kazig?! Dat doet John ook ja! Hoewel ik nu van mening ben dat dat recht voorbehouden moet blijven aan de originele artiest...). Na het laatste akkoord (het goede...) slaak ik een zucht van verlichting, het publiek lijkt ook blij te zijn dat het voorbij is (al lijkt het ze eigenlijk net zo weinig te kunnen schelen als op iedere andere avond en krijg ik zelfs nog een mager oprot-applausje), maar Bob wil meer! En tja...als ik er toch zit. 'Waiting on the world to change' volgt op redelijk identieke wijze en ik sluit af met 'Wish you were here', omdat ik weet dat Bob die wel kent. Aan het feit dat ik dat nummer zelf al in geen jaren heb gespeeld ga ik voor het gemak even voorbij. Bob en ik are ondertussen 'ON FIRAH!' en ik herinner me het nummer bijna helemaal. We sluiten af op twee schitterend verschillende akkoorden en ik sta mijn plek af aan Josh, die duidelijk vaker op een podium heeft gestaan. Ik zeg hem nog dat het voor mij de eerste keer was, waarop hij verbaasd antwoordt: 'Oh really?! You've got really great distance man!' Vast aardig bedoeld, maar voor mij klinkt het een beetje als of ik net voor hem gekookt heb en hij me na het eten complimenteert met m'n mooie borden...

Een memorabele avond in Georgetown. Ook eentje om heel hard van terug te schrikken, maar goed, als ik dit ooit op een normale manier wil kunnen doen zit er maar 1 ding op; de volgende keer gewoon weer die gitaar pakken. Who says I can't...Toch?

Was dat alles in Georgetown? Welnee!! Ik heb nog veel meer dingen gezien en ben op plekken geweest waar ik liever niet was geweest.

Mijn eerste dag in Georgetown begint zoals de meeste eerste dagen in een nieuwe stad beginnen. Ik loop gewoon wat rond, neem de stad in me op en kijk of er bezienswaardigheden zijn waar ik naartoe kan. Een 'walking tour' uit de Lonely Planet brengt me in het koloniale deel van Georgetown, relatief rustig en schoon met prachtige gebouwen, en vervolgens naar het grote contrast met Little India, waar de geuren van sterke kruiden, wierook en curries je tegemoet komen en de straat wemelt van de opgewonden standjes die aan het handelen zijn met elkaar en met de toeristen, die er niet vaak vanaf komen zonder iets te kopen.

Zoals tot dan toe al mijn namiddagen in Maleisie, betrekt ook nu de lucht, in afwachting van de regen. Ik zoek mijn heil in de plaatselijke 'food court', wat over het algemeen niet veel meer is dan een verzameling kraampjes waar je de lokale specialiteiten kunt eten. In Georgetown hebben ze het echter iets georganiseerder aangepakt; het terras van genummerde tafeltjes is omsingeld door een grote verzameling voedselkraampjes met specialiteiten uit bijna ieder land in Azie en ook westers eten. Van de Maleisische fish head curry tot de Thaise Pat thai naar de lokale Laksa of gewoon kip met patat. Je geeft je nummer door en binnen enkele minuten staat er een heerlijk maal en een koud biertje voor je neus. Ik kies een lokale specialiteit en neem plaats aan een van de tafeltjes. Ondertussen begint het te regenen en verhuis naar een meer beschut plekje, waar ik word gevraagd om aan te schuiven bij de Duitse Willy en de Nederlandse Eltje. Willy ziet eruit als de broer van Albert Einstein, maar is een ontzettend aardige en bereisde docent Engelse geschiedenis. Ik vertel dat ik van plan ben om de volgende dag op een motorbike het eiland over te rijden, wat Eltje ook wel wat lijkt, ook al heeft ze nog nooit echt op een motorbike gezeten. 's Avonds slaan we onze slag in de lokale karaokebar, waar ik als opwarmertje voor mijn optreden met Bob de locals een plezier doe met Westlife en Celine Dion, zoals dat hoort!

Voor iets meer dan 4 euro huren we de volgende dag allebei een motorbike en met een vaag idee van richting vertrekken we naar de rand van Georgetown. Die halen we alleen niet...Als we een klein kwartier onderweg zijn wordt mijn aandacht ineens getrokken door een harde klap en een autoalarm dat afgaat. Ik kijk naar links en zie hoe Eltje haar gloednieuwe motorbike achterin een geparkeerde auto heeft gereden. Ik schrik me kapot en een begrijpelijk 'nee' is haar antwoord op de vraag of alles goedgaat. Ik help haar onder haar motorbike vandaan en op het eerste gezicht lijkt de persoonlijke schade mee te vallen. De motorbike is er niet echt goed aan toe en ook de achterbumper van de auto heeft betere tijden gekend. Het alarm heeft de buurt doen uitlopen en terwijl ik nog wat brokstukken op de stoep leg en iedereen op ons af zie lopen maak ik me mentaal al op voor een dag vol gedoe, geleur en boze mensen. Niets is echter minder waar. De uitgelopen mensen zijn niet op zoek naar sensatie, maar slaan gelijk aan het regelen en verzorgen. Ook de eigenaar van de auto zegt dat we ons niet druk moeten maken om de auto, neemt zelf contact op met de man die ons de motorbikes verhuurd heeft en geeft ons, in een andere auto, zelfs een lift naar het ziekenhuis. Meer voor de zekerheid, want de verwondingen lijken beperkt te blijven tot twee flinke schaafwonden en blauwe plekken op haar benen.

Uiteindelijk komt het dan toch aan op de schade aan de auto en de motorbike. Genoeg reden voor de lokale heren om die domme toerist eens even flink het vel over de oren te trekken. Van verzekeringen en rapportages bij de politie moeten beide heren alleen niet echt veel hebben, dus om het voor Eltje interessant genoeg te maken om niet bij haar verzekering aan te kloppen, blijft de schadevergoeding voor de auto blijft beperkt tot 400 Ringgit (80 euro). Voor de afhandeling van de schade aan de motorbike worden we door de verhuurder meegenomen naar een achteraf gelegen werkplaatsje, waar een klein Maleis mannetje met zijn brilletje ver op zijn neus, ontbloot bovenlichaam en van top tot teen besmeurd met olie ons een prijs voor de reparatie voorrekent die niet helemaal was afgesproken. Belletjes worden gepleegd en de prijs gaat langzaam omlaag, terwijl de passende voorkappen worden verruild voor B-merk kunststof plaatjes en de beste verhuurder uiteindelijk zelf de laatste 50 Ringgit bijlegt.

Eenmaal een beetje van de schrik bekomen eten we een hapje in het plaatselijke winkelcentrum, om bij onze (mijn) motorbike terug te komen en te ontdekken dat we een bekeuring hebben! De beste man staat de andere motorbikes (er stonden er veul! Daarom had ik hem er ook neergezet) nog te bekeuren en ik stap met mijn Lonely Planet in mijn hand, mijn camera om mijn nek en m'n zonnebril half op mijn neus op hem af om hem als ultieme domme toerist te vragen wat de bedoeling is van dit rare blauwe papiertje dat ik zojuist vond in het mandje van mijn vervoermiddel, maar helaas, ik zal de volledige 1 euro en 50 cent moeten betalen bij het plaatselijke politiebureau...

Zelfs nu zijn we nog niet uit het veld geslagen! Dit keer manouvreer ik met Eltje achterop als een ware local door het drukke verkeer, op weg naar Penang Hill, waar je een mooi uitzicht over de stad zou moeten hebben. Zou moeten, want de regen barst weer los en we moeten onze rit wederom afbreken. Just one of those days...

De volgende dag wagen we nog een poging en rijden we op een motorbike het mooie eiland Penang over. We brengen een bezoekje aan het nationale park op het eiland en komen aan het eind van de middag volgens traditie in een plensbui terecht, die ik met de door een local op maat gemaakte poncho toch te lijf kan. Penang Hill weten we niet te vinden, maar we komen terecht op de dam van Air Itam, waar vandaan het uitzicht over George Town ook niet verkeerd is.

Door mijn afspraak met Bob is mijn verblijf op Penang langer dan verwacht. Ik heb geen haast en besluit dat Ipoh mijn volgende bestemming wordt. Lui als ik ben sla ik de vroege trein over en ga ik met de bus, die bij vertrek al niet bijster fantastisch klinkt en de eindbestemming dan ook niet haalt. De bus die ons komt redden klinkt marginaal beter, maar redt het helaas ook niet in een keer door de bergen van Maleisie. Gelukkig is de omgeving prachtig en duurt het niet lang voordat het oude beestje de energie heeft vergaard om al zijn knipperende lichtjes weer te doven en de weg voort te zetten.

Ipoh is voor Maleisie wat Lop Buri is voor Thailand, al zijn de apen van Lop Buri in Ipoh vervangen door duizenden vogeltjes. Een bezoek aan een in een grot gelegen chinese tempel is mijn enige wapenfeit in deze oninspirerende stad, waarna de weg vervolgd wordt richting de huidige lokatie, Cameron Highlands! Een enorme Noord-Europese enclave, waar de Duitsers welig tieren, maar, naar ik later ontdek. ook de Scandinaviers en Nederlanders ruim vertegenwoordigd zijn. Ik bezoek een aantal schitterend gelegen theeplantages en maak met twee (wederom) Nederlandse dames (ja, fam...) een tocht door de jungle. De avonden worden doorgebracht bij het kampvuur in de open bar achter het guesthouse. Verder is het in de hoog gelegen Cameron Highlands ook een stuk minder warm, dus een goede plek om even bij te komen en te bepalen wat de volgende bestemming wordt. Een prima plek om een paar dagen bij te komen en te bepalen wat de volgende bestemming gaat worden. Ik heb nog geen idee, maar weet wel dat ik op 12 mei in Jakarta ben om mijn zusje van het vliegveld op te halen! Samen gaan we dan gezellig 3 weken in een resort op Bali zitten! Not! Dat wordt karaoke en lokaal voedsel op slechte momenten! Gezellig zus!

Tot die tijd is er nog genoeg te doen! Ik heb al wat foto's geplaatst, al heeft mijn trouwe Sony cameraatje er een missie van gemaakt om ze door elkaar te gooien. Dus ja, ze staan door elkaar, hopelijk de volgende keer beter.

Tot slot, speciaal voor Vincent, wat beeldmateriaal van mijn avontuur met Bob. Ter lering ende vermaak, zeggen we dan maar.

Tot snel!

Opstarten in KL!

Misschien was het een mooie dag, begin van de lente of was de eerste sneeuw van de winter net gevallen, misschien was het dat ik m'n legokasteel nog niet af had, misschien was het dat ik Megaman nog niet door level 9 geloodst had, misschien had ik gewoon echt geen zin. Om wat voor reden dan ook was ik, gok ik een kleine 20 jaar geleden, schoolziek. Ik vertelde mijn lieve moes dat ik echt te ziek was om naar school te gaan, waarna zij, zoals het een goede moeder betaamt, zei: 'Je probeert het maar!' (moeders hebben je door, ik zeg het je!) Dus toogde ik op mijn fietsje richting school, om na een minuut of wat bij een paaltje uitkijkend op de basisschool toch te beslissen dat het 'm niet ging worden die dag. Ik ging weer naar huis en dook ik met mijn bleekste complexie (vrij vertaald, doch kloppend) en met een groot schuldgevoel mijn bed weer in. Sorry mam.

Afgelopen dinsdag was Kuala Lumpur eventjes mijn basisschool, Londen Stansted even het paaltje waar ik bij stond te wachten en mijn geweten even de moeder die mij naar school stuurde. Dit keer ging ik alleen wel.

En gelukkig maar! Want ja, het is heel anders dan met z'n tweeen. En ja, het zal nog steeds wel even wennen blijven, zo alleen, maar na 3 dagen heb ook al weer prima door waarom ik dit doe.

Het afscheidsliedje leek in eerste instantie een bekend verhaal, maar niets was minder waar. Al snel bleek mijn afscheidstournee er flink in te hakken. Te veel leuke dingen die ik moest achterlaten en te veel onbekends waar ik naartoe leefde maakten dat de motivatie niet verdween, maar wel wat naar de achtergrond verschoof. De oogkleppen gingen op en afslag Schiphol, dat zo lang zo'n mooi vooruitzicht was, werd met gedraaide maag voorbijgereden. De douane bleek dit keer niet de magische poort die het de vorige keer was. Geen euforie bij het boarden en geen dolle pret bij het aanzicht van nachtelijk Bangkok. Het aanzicht van nachtelijk Kuala Lumpur deed me wel beseffen waar ik was, maar niet op de 'das vet' -manier, maar op de 'das f*cking ver van waar ik nu zou willen zijn'-manier.

Easyjet brengt me op een inmiddels bekende manier naar Londen Stansted, waar het een aantal uur wachten is tot mijn aansluitende vlucht richting Kuala Lumpur. Ik drink wat koffie en duik voor een potje voetbal en een biertje een pub in (weet niet of het dezelfde pub was Ramon, maar het was voetbal en bier, dus het klopt) en tuur met een schuin oog naar het scherm waarop de balie van mijn vlucht dient te verschijnen. Een voor een zie ik de klassen van mijn basisschool vollopen en als het de beurt is aan mijn klas duik ik gelijk vooraan in de rij.

Airasia is geen Eva (ik moest ook gewoon voor m'n ticket betalen enzo. Primitief gedoe...). Ik neem plaats op mijn stoel en ben minstens een half uur bezig met uitvogelen hoe ik het met een kussentje bekleede stuk meubilair uit het frame van mijn LCD-scherm weg kan frutselen, want ik ben wel toe aan een filmpje. Lang verhaal kort, in dat stukje zit gewoon alleen maar een kussentje, hoogstens goed om als een van den Bosch na het kerstdiner je hoofd op te rusten te leggen...Wel kan ik een entertainmentset huren en urenlang naar deel 1 tot en met 9 van The Nanny kijken. Nagesynchroniseerde Jackie Chan klinkt ineens zo slecht nog niet...Weet je wat? Ik kijk wel gewoon even in mijn Lonely Planet waar ik eigenlijk ga slapen morgenavond.

Kuala Lumpur is me genadig en ik hoef niet te wachten tot ik het vliegveld af ben tot ik de eerste Aziatische geuren tot me krijg. Gelijk als ik uit het vliegtuig stap komt me een maar al te bekende warmte en geur tegemoet die gelijk een lach op mijn gezicht tovert. Tevergeefs wacht ik 5 uur lang op een vlucht uit Dusseldorf om tot de conclusie te komen dat ik ditmaal alleen de weg naar het centrum zal moeten vinden. Het is al laat en ik moet nog een slaapplaats zien te regelen. Met een aankomst in Hanoi om 5 uur 's nachts en de bijbehorende horde taxi's in het achterhoofd maak ik me niet al te druk. Ik duik op het vliegveld gelijk richting de busterminal en ga met een bus van Airasia richting het centrum van KL. 'Richting', want waar ik dacht dat ik hartje centrum gedropt zou worden, eindigt de reis in een donker tunneltje met wachtende taxi's, waarvan ik me kan herinneren dat ik ze vooral nog even moet negeren om m'n eigen weg te vinden, of in ieder geval uit te zoeken waar ik eigenlijk ben, zodat ik niet 15 keer de stad rondgereden wordt om me vervolgens 300 meter verder af te zetten. De metro lijkt een logische optie, en als vanzelfsprekend stap ik het station op, koop een kaartje en kijk alsof het de normaalste zaak van de wereld is en ik precies weet waar ik heenga.

De 'Backpackers and travellers Inn' is de eerste bestemming, dan maar. Ik vraag naar een single room, maar zal per ongeluk het Maleisische woord voor 'cel' gebruikt hebben. Ik heb een dak boven mijn hoofd en besluit de volgende morgen gelijk op zoek te gaan naar een ander adres. Op advies van Gjalt ga ik op zoek naar Oasis Guesthous, maar omdat deze vol is slenter ik naar een ander gebied van KL waar ik voor een dorm kies en ik de rust van het Deense stel Philip en Laura verstoor als ik mijn plek neem in een van de 6 bedden.

Ik heb nog wat tijd te slijten en besluit een looproute uit de Lonely Planet te volgen, die mij door Chinatown moet leiden. Mijn orientatievermogen is nog niet helemaal op peil; ik loop tot 3 keer toe verkeerd, beland in een storm waar je u tegen zegt en kom zeiknat per ongeluk weer zo dicht bij mijn eigen hostel uit dat ik het voor gezien houd.

Het deel van Kuala Lumpur waar mijn nieuwe hostel gelegen is ligt me beter dan Chinatown. KL is inderdaad een enorm winkelcentrum, met de duurste winkels en overdekte pretparken, maar nog steeds kost het me uren tot ik een paar slippers zonder doodshoofden vind.

Woensdagavond, want daar zijn we, besluit ik een bezoekje te brengen aan de gebroeders Petronas. De torens zijn enorm hoog, gekoppeld door een brug, en als je maar lang genoeg kijkt, of genoeg drinkt, lijken ze zowaar naar elkaar toe te leunen en elkaar via de brug een hand te geven. En het drugsbeleid is echt heel streng in Maleisie...Ik schiet de gebruikelijke plaatjes, maar kijk ook even naar een tweetal dames, Sheima uit Zweden en Tessa uit Nederland, bij de torens, waarvan de laatste de juiste pose nog niet helemaal gevonden heeft (moet je nou een hap nemen, de brug met je vingertoppen omhoog houden, de torens omduwen? Allemaal mooi gewoon!) en doorheeft dat ze bekeken wordt. Ik help haar met haar handstand, we eten met z'n drieen gezellig wat sushi in het winkelcentrum onder de torens en ik ga voor 3 euro met een van de dames naar Alice in Wonderland, zonder 3D! Mooi excuus om nog een keer te gaan. 's Nachts kijk ik met de Denen in de gemeenschappelijke ruimte van de dorm naar '2012', maar als ik Danny Glover als president van Amerika zie en merk dat ik niet kan stoppen met wachten tot hij 'I'm getting too old for this sh*t' zegt, haak ik af.

De volgende dag brengt de zoektocht naar de teenslippers, en natuurlijk naar een gitaar! Zo goedkoop als de vorige keer heb ik hem niet kunnen vinden, maar voor een acceptabel bedrag loop ik inmiddels al weer rond met een gitaar op mijn tas! 's Avonds wordt de pool-strijd tussen Nederland (twee hollanders) en Scandinavie (Zweedse en Noor) zonder mededogen beslecht in Hollandsch voordeel.

De volgende dag scheiden de wegen alweer. Subtiel worden de Denen gewekt om aan hun tour naar een pretpark te beginnen, en wordt mij tussen neus en lippen door gevraagd waar ik eigenlijk heenga.

'Boeduwain, when are you leaving?'

'Am I leaving?'

'We are full today.'

'I am leaving!'

Noodgedwongen kies ik mijn volgende bestemming, welke ik op advies van de vriendelijke, doch homofiele Maleisische hosteleigenaar laat vallen op het in het noorden gelegen eiland Penang. Een vijf uur durende busrit, waarin ik mooi even de tijd heb om mijn volgende bestemmingen te bepalen (leuk!), brengt me op een plek ver van waar ik gepland had, maar even leuren maakt duidelijk dat er een lijndienst richting het op het eiland gelegen Georgetown gaat, welke me wederom brengt op een onbekende plek. Dat ligt wellicht voor de hand, maar als je weet waar je bent, al is het onbekend, is het een stuk makkelijker je weg te vinden. Ik word nog een keer of 3 de verkeerde kant opgestuurd, tot ik een straatnaambord tegenkom waar ik wel wat mee kan. De Lonely Planet spreekt van een 'bijzonder' hostel, gevestigd in een 'oud Chinees pakhuis' met een 'overvriendelijke 30-jarige veteraan' als eigenaar en de 'slechtste coverband van Maleisie'. Daar moet ik heen! En bijzonder is het wel ja. Ik zal wat foto's maken en misschien wel een filmpje posten van mijn gastoptreden met de band morgen, waar de eigenaar zodra hij me vanavond met mijn gitaar binnen zag komen hard om begon te schreeuwen. Ik knal er een 'Waiting on the World to Change' uit met die gasten!

Een twijfelachtig, terughoudend, mooi en veelbelovend begin! Op de goede weg!

Tot snel!